Authentieke drummers- 5 cd’s besproken

door Tim Sprangers

Ches Smith (foto: Elton Eerkens)

Aan de hand van een trend, gebeurtenis, interesse of markant gegeven bespreekt jazzjournalist Tim Sprangers (o.a. Volkskrant) elke maand recent uitgebrachte cd’s.

DEEL III (maart 2012)


Authentieke drummers

Natuurlijk, elke drummer die wel eens op de jazzplanken staat, heeft een zekere authenticiteit. De snare net wat harder raken, een specialisatie in Afrikaanse ritmes of dat typische gegoochel met de ritmes.

Maar er zijn ook drummers die spelen als geen ander. Het zijn unieke persoonlijkheden. Verhalenvertellers die je na enkele seconden al herkent. Eigenzinnige muzikanten met een bassdrum die zij zelf hebben gemaakt, of een attribuut onder de arm die alleen zij gebruiken. Dát zijn de muzikanten waarvoor je naar de concertzaal komt. Als hij ziek is, dan wordt het optreden afgelast. Simpelweg niet te vervangen.

Hoewel er relatief weinig drummers zijn die onder hun eigen naam platen uitbrengen, zijn er genoeg met een volstrekt eigen klankkleur en boeiende filosofie die ook klinkt als sideman. Han Bennink is de goeroe, maar er zijn nog veel meer helden in dit verhaal. Onmisbare drummers in elke formatie waar zij spelen.

Gerri Jaeger: kletterende kettingen

Hoewel Natalio Sued tot de grote saxtalenten van Nederland behoort, is hij voor velen onbekend. De geboren Argentijn woont al dik tien jaar in Nederland en begeeft zich in de Amsterdamse improscene, maar kan ook bijzonder fraai een boplijn blazen. Op dit album (drie jaar geleden al opgenomen) laat hij zijn veelzijdigheid horen met het duo Rafael Vanoli (gitaar) en Gerri Jaeger (drums), die samen de postrock freejazz band Knalpot vormen. We horen ritmische speelsheid van Tetzepi, snoeiharde rock en geïmproviseerde soundscapes. Vooral de momenten waar het knalpotduo de textuur neerlegt en Sued zich overgeeft aan intuïtie leiden tot erg mooie interacties. Hierin laat drummer Jaeger zijn klasse blijken. De kettingen die over zijn cymbalen kletteren en de vervreemdende uitwerking van zijn vertragende ritmes of metalachtige riffs: telkens doeltreffend. Kakelvers klinken de (bijeenkomsten van) geluiden op de gehele plaat. Heerlijk bovendien die uithalen op doffe toms, met synchroon gespeeld gitaargeweld van Vanoli, die constant is gedoken in zijn elektronicabak.

Natalio Sued/Rafael Vanoli/Gerri Jaeger: Opositor. Trytone

www.trytone.org

Ches Smith: toonhoogtes in percussie

Dat was wel even knipperen met de ogen: Tim Berne debuteert bij ECM Records met onder anderen drummer Ches Smith, geweldenaar van experimentele rockbands Mr Bungle, Ceramic Dog en Secret Chiefs. Altsaxofonist Berne is een van de vaders van de NY Downtown scene, met oa Marc Ribot en John Zorn als andere coryfeeën. Er zijn weinig blazers die zo kunnen scheuren op een alt, terwijl ECM toch de connotatie heeft van die ‘weidse landschappenmuziek’. Dat laatste cliché mag nu eens de prullenbak in, ECM is vooral het label van de goede smaak en artistieke vernieuwing. Met Snakeoil levert Berne een boeiend album waarin zijn typische, onaffe melodieën basis vormen voor soms rauwe funk en dan weer interlocking hoogstandjes. De sound is vooral ongrijpbaar, zeker als een maf thema uit de hand loopt in een klankenbrei, waarin elke instrumentalist klinkt als solist, zonder dat zij individualistisch te werk gaan: het is tot op het bot verweven. Zoals de bijdragen van Smith, die zoekt naar toonhoogtes in zijn percussie, melodieën feilloos kan ondersteunen en vooral de omgeving van de muziek schildert. Hij beschikt over een groot palet, ook dankzij zijn conga’s, gongs en pauken.

Tim Berne: Snakeoil. ECM Records.

www.ecmrecords.nl / www.screwgunrecords.com

 

Onno Govaert: kracht van tientonner

Vrije improvisatie lijkt de laatste jaren bezig aan een soort revival, met de scene in de Amsterdamse Zaal 100 als middelpunt. Het is niet alleen de oudere garde, (voortkomend) uit de Instant Composer Pool, maar vooral de jongeren die het genre nieuw leven inblazen. Je had EKE, The Ambush Party en dan nu Cactus Truck dat no wave combineert met noise, met als basis free jazz. Moeilijk om deze plaat met een kopje thee te beluisteren via je stereo, want het is ruig, heel ruig. Saxofonist John Dikeman is een held in het blazen van afschuwelijk dissonante monologen die alle kanten uitvliegen. Jasper Stadhouders pompt deze angstkreten op door zenuwachtig gitaargejengel dat een heerlijke onrust uitstraalt. En dan de jonge drummer Onno Govaert, die als een malloot zijn instrument tot moes probeert te slaan. Hij onderzoekt ritmes en melodieën en beperkt zich niet tot het drumvel. Govaert is innovatief en denkt snel in het moment zelf. Hij wringt zich met gemak in de woede van zijn kompanen met de kracht van een tientonner. Ze converseren alsof hun leven ervan afhangt.

Cactus Truck: Brand New For China! Public Eyesore

www.publiceyesore.com / www.cactustruck.com

Sebastian Rochford: fluisterende vormgever

Rond saxofonist/klarinettist Andy Sheppard heerst, net als bij ECM-collega Jan Garbarek, een controverse. Bij sommigen rollen de tranen over de wangen, anderen vinden zijn ronde tonen te gelikt, te porno, te emotieloos. Wat dan ook, geen jazzliefhebber die zal ontkennen dat zijn Trio Libero boeiende muziek maakt. De helft van de stukken zijn vrij geïmproviseerd en dan getuigt het van vakmanschap dat er zo’n overtuigend geheel klinkt. Denk niet aan spontaan ontwikkelde melodieën, maar meer aan mooi vormgegeven, lyrische tonen die zich in een triovorm langzaam uiten in diepe interacties. Het swingt zelden of nooit, bovendien zijn de tonen bijzonder vriendelijk. Toch wordt het nooit saai, deze plaat kabbelt meer in intense improvisaties.

En dat is een opvallend gegeven, met de Britse Sebastian Rochford achter de drums. Die kennen we namelijk van Polar Bear en Acoustic Ladyland, vuige jazzbands met punk en rockinvloeden. Maar hier profileert hij zichzelf als een fluisterende vormgever, zich liefjes nestelend onder en over de texturen, met de cymbalen als hoofdpercussie. Er zijn weinig drummers die zo dienend kunnen drummen en tegelijkertijd buiten een ritmisch kader denken. Wijlen Paul Motian en Jon Christensen kunnen dat, fijne penseeldrummers, en nu dus ook Rochford.

Andy Sheppard/Michel Benita/Sebastian Rochford: Trio Libero. ECM Records

www.ecmrecords.nl

 

Alan Purves: intuïtief en creatief

Bite The Gnatze is al jarenlang één van de opvallendste jazzgezelschappen van Nederland. Onder leiding van gitarist Paul Pallesen brengt het sextet misschien wel de meest bonte samenstelling instrumenten bijeen. Om een gedeelte te noemen: lapsteelgitaar, basklarinet, fluit, vibrafoon, glockenspiel, banjo en bouzouki. Dat kan niet anders dan een filmisch geheel worden en dat is het ook. Veel geïmproviseerd en nooit ontoegankelijk, mede dankzij lachwekkende klanken of maffe thema’tjes die net niet lekker klinken. Maar ze durven ook echt mooi te musiceren, zeker in duo of trioverband, vaak ondersteund door prachtige snaarakkoorden. Ook de Ierse folkinvloeden zijn erg mooi.

Het is muziek op het lijf geschreven van percussionist Alan Purves, binnen Nederland misschien wel de meest creatieve, smaakvolle én humoristische persoon achter de ketels. Rond zijn zelf gecreëerde drumstel liggen allerlei toeters en divers speelgoed. Je hoort in de verte iets waaien, kraken en piepen en vervolgens dartelt hij vrolijk dwars over de bekkens. ‘Ik ben op mijn best als ik geen idee heb’, vertelde hij ooit aan de Volkskrant. Zo klinkt Purves ook: hij gaat zijn vrije gang, reageert in het moment, intuïtief, met altijd originele oplossingen.

Bite The Gnatze: Peeling Off Slowly. Trytone

www.bitethegnatze.nl / www.trytone.org

© Tim Sprangers, Jazz International Rotterdam maart 2012
U mag vrijelijk citeren uit deze review zolang de bron vermeld wordt. (Een link naar www.jazzinternationalrotterdam.nl wordt gewaardeerd). U bent ook welkom om dit artikel in z’n geheel te plaatsen op uw website, maar plaats dan de volgende link en naamsvermelding onderaan het artikel: © Tim Sprangers voor www.jazzinternationalrotterdam.nl.
Share
Translate »